Premiere CS5.5 – Youtube HD exporteren

Premiere CS5.5 – Youtube HD exporteren

De wereld van Online High Definition Video heel snel aan het veranderen. Camera’s en software zijn steeds beter op elkaar afgestemd en iedereen kan razendsnel zijn werk via de verschillende media publiceren. Ook de kwaliteit van online video is enorm toegenomen; we kunnen hebben tegenwoordig de mogelijkheid om 4K video (2 x de resolutie van  High Definition Video) online te brengen via Youtube. Ook de maximale lengte van het videomateriaal op Youtube is verlengd van enkele minuten tot uren. Online video heeft de afgelopen jaren een enorme groei doorgemaakt en zal naar ieders verwachting de optische media voor een heel groot deel gaan vervangen. Steeds meer televisies beschikken over ‘Apps’ om video’s vanaf het internet in HD af te spelen. Vimeo en Youtube zijn hierin twee hele belangrijke spelers.

Ook de grote en kleine media bedrijven richten hun pijlen steeds meer het internet. De verwachting is, dat we in de nabije toekomst televisie en films via het internet kunnen kijken. Elk jaar komen er steeds meer diensten bij, worden internet verbindingen sneller en worden flatscreen televisies een complete multimedia omgeving voor in de huiskamer. In 2010 kende Youtube voor eigen geproduceerde filmpjes nog een limiet van 15 minuten video en de websites Vimeo en Exposureroom kenden een limiet in de grootte van de bestanden die je kon uploaden. Die limieten bestaan nog steeds, maar zijn in de loop der jaren steeds verder verhoogd.

In Adobe CS5.5 heb je de mogelijkheid om je videomateriaal zeer snel te monteren en converteren naar elk wenselijk formaat. Youtube en Vimeo staan beiden in de lijst van de presets (serie van instellingen). Die presets staan kant en klaar in een lijst van het export venster, maar er zijn nog wel enkele instellingen die we kunnen aanpassen om de video’s geschikt te maken voor de Europese markt en om de eindkwaliteit (lees: rendertijd) te bepalen.

In deze workflow bespreek ik het exporteren van het videomateriaal in Adobe Premiere CS5.5. Alle instellingen in Adobe Premiere CS5.5 en Media Encoder CS5.5 komen hierbij aan bod. We beginnen met een korte montage die ik heb gemaakt tijdens een bezoek aan Londen. Het materiaal is gefilmd met een Canon HFS-21. Deze camera produceert een serie AVCHD bestanden die in Premiere CS5.5 zonder conversie direct bewerkt kunnen worden.

Renderen van je beelden in de sequence is in Adobe Premiere CS5.5 niet nodig als je bezig bent met het maken van een montage. De 64 bit Mercury Engine is zo snel dat bijna alle ruwe beelden zonder conversie direct op de tijdlijn gemonteerd kunnen worden en afgespeeld. Voorop gesteld dat je systeem een snelle processor(en) en harddisk heeft kan de machine de montage in hoge kwaliteit weergeven.

In het plaatje hierboven is duidelijk een rode lijn boven de sequence te zien en als je goed kijkt zul je geheel links ook nog een heel klein beetje groen kunnen ontdekken. Die kleuren hebben de volgende betekenis:

  • groen: Dit segment van de sequence (montage) heeft een gerenderd preview bestand beschikbaar. Zodra de sequence wordt afgespeeld wordt het gerenderde bestand weergegeven in de hoogste kwaliteit. (lees: een lage belasting van de computer)
  • geel: Dit segment van de sequence heeft geen gerenderd preview bestand beschikbaar. Tijdens het afspelen van de sequence worden de bestanden vlak voor de weergave live gerendered door de computer. Mogelijk kan het videomateriaal niet in de hoogste kwaliteit worden weergegeven. (lees: lichte belasting van de computer)
  • rood: Dit segment van de sequence heeft geen gerendered preview materiaal beschikbaar. Net als bij geel kan het videomateriaal mogelijk niet in de hoogste kwaliteit worden weergegeven. (lees: zwaardere belasting van de computer)
  • grijs: Dit segment van de sequence heeft geen gerendered preview materiaal beschikbaar. De codec is echter zonder te renderen weer te geven in de hoogste kwaliteit. Dit komt alleen voor bij DV, DVCPRO en MXF bestanden.

Aan het eind van een belangrijke montage laat ik zelf het gehele project altijd helemaal renderen. Dat is absoluut niet nodig om de montage te kunnen exporteren, maar het kan best zijn dat er ergens in het midden van de montage een beeldje (frame) ontbreekt en die wordt dan heel snel zichtbaar gemaakt als een kleine onderbreking in de groene lijn. Afhankelijk van de lengte van de montage kost dat een aantal minuten van je tijd, maar je hebt dan wel de zekerheid dat je project voor 100% de deur uit gaat. Want in de volgende stap volgt de conversie van de montage naar DVD, BluRay of Online Video en dan wil je op het eind liever niet tegen zulke kleine fouten aan lopen. Zodra het renderen klaar is wordt de lijn bovenin de sequence helemaal groen (alle bestanden in de sequence beschikken nu over een preview bestand):

De volledige montage is nu klaar voor een export naar een bestand wat Vimeo of Youtube vriendelijk is. Voor Vimeo en Youtube gebruiken we de volgende instellingen:

  • CodecDe codec is het format waarin je video wordt encoded. Er zijn heel veel verschillende soorten codecs met elk hun eigenschappen en kwaliteit. Voor de beste resultaten wordt Mpeg4, H264 aanbevolen met AAC (afkorting voor Advanced Audio Codec) voor het geluid.
  • Frame Rate - Als er een optie ‘current’ in je scherm staat dan is dat de beste optie. Werk je met NTSC video dan kun je het best kiezen voor 30fps (29,97 frames per seconde) en voor Europa (PAL) kies je 25 frames per seconde. Bij de keyframes vul je dan 30 (NTFS) or 25 (PAL) in.
  • Data Rate – Deze instelling verschilt en is geheel afhankelijk van het bronmateriaal. Gebruik 2000 Kbits/seconde voor standaard definition video (PAL DV), 3000 Kbits/seconde voor widescreen DV video (PAL DV 16:9) en 5000 Kbit/seconde voor High Definition Video (1280×720, oftewel 720P).
  • Resolution - De resolutie van 4:3 video is 640×480 beeldpunten, 853×480 voor breedbeeld DV en 1280×720 of 1920×1080 voor High Definition video. Als je de optie hebt om de pixel aspect ratio in te stellen (niet te verwarren met display aspect ratio, wat de verhouding is van het scherm, bijvoorbeeld: 4:3 of 16:9) stel deze dan in op 1:1 of 1.o, ook wel ‘square pixels’ genoemd.
  • De-interlacing - Absoluut inschakelen. Zodra je DV video materiaal online wilt zetten kun je beter al je materiaal de-interlacen om het daarna online te zetten. Als je niet de-interlaced krijg je vaak last van ‘kammen’ in de randen van objecten of personen in de videobeelden tijdens het afspelen.
  • Audio – Kies voor audio AAC en stel je de bitrate (de hoeveelheid data per seconde) in op 320 Kbit per seconde. De sample rate stel je in op 44.100 of 48.000 kHz. Houd deze laatste gelijk aan het bronmateriaal.

De Praktijk:

Ga in Premiere CS5.5  in de bovenste balk naar ‘FILE‘ en kies daar voor ‘EXPORT‘. Het export window verschijnt op je scherm:

Premiere Pro opent nu een scherm waarin je alles kunt instellen voor het exporteren van je videomontage. In deze workflow kiezen we voor een preset en passen daarna nog enkele instellingen aan voor een optimaal resultaat. De eerste keuze is het format, voor Youtube, Vimeo en ExposureRoom kiezen we voor H264.

Daarna kiezen we de Preset: Vimeo HD. De instellingen voor Vimeo zullen nu worden ingesteld. We zijn bijna klaar om de montage te exporteren. Bijna, want er zijn nog wel enkele instellingen die aangepast moeten worden als we de video online willen zetten in PAL formaat. Zouden we dit niet doen, dan lopen we het risico dat het originele materiaal van de montage wordt omgezet naar een video waarbij het beeld en geluid niet goed wordt weergegeven.

We kunnen het al zien als we kijken welke keuzes we krijgen bij de presets. Sommige instellingen hebben duidelijk een P25 of 50i achteraan staan wat inhoud dat je kiest voor een codec met 25 progressive (25p – zeer geschikt voor Youtube) or 50 interlaced (50i – niet geschikt voor Youtube) frames per seconde. De meeste standaard instellingen voor Vimeo en Youtube zijn echter allemaal 30p (oftewel 29.97 frames per seconde). Een video in 25p is via deze weg niet goed om te zetten omdat je voor 29.97p per seconde 4.97 frames mist tegenover 25p.

Het eerste wat we aaanpassen onder video is: NTSC naar PAL. In Nederland en de rest van Europa werken we met de TV standaard PAL. Zodra je de optie van NTSC naar PAL overzet zal echter ook de instelling voor de resolutie van je export veranderen in 768 x 576. Dit moet ook veranderd worden in 1280 x 720 of 1920 x 1080. Daarnaast zie je ook de frame rate: 25, field order: progressive en pixel aspect ratio: square pixels staan. Het profile stel je in op: main en het Level is voor 720p (1280×720) in te stellen op 3.1 en voor 1080p (1920×1080) op 4.1

De instelling ‘Render at Maximum Depth‘ kan worden ingeschakeld om de kwaliteit van de uitvoer te verbeteren. Door deze optie in te schakelen kunnen afgevlakte kleurvlakken weer hun detail terug krijgen.

Scrol nu naar beneden om de volgende instellingen aan te passen. Als eerste komen we de ‘Bitrate Encoding‘ tegen. Deze kent drie mogelijkheden: CBR (constant bitrate), VBR, 1 pass en 2 pass (variabele bitrate).

Kies hier voor VBR, 1 Pass als je de video snel online wilt hebben. Bij die instelling gaat de encoder een keer door het video materiaal heen en zet alles meteen om naar de gewenste codec. Bij VBR, 2 Pass zal de encoder eerst alle data in de video gaan bekijken en daarna in een tweede ronde gaan converteren naar het gewenste format. Dat betekend wel extra rendertijd, maar vaak ook weer een veel betere kwaliteit. Bij een trouwreportage kan ik me voorstellen dat je kiest voor de laatste. Een registratie van een congres of een interview met weinig beweging in beeld kan ook prima in VBR, 1 Pass worden berekend.

De Target Bitrate (Mbps) kun je voor Vimeo het best instellen op 5 Mbps als target en 7 Mbps als maximum bitrate. Op die manier heb je net iets meer bandbreedte in het gerenderde video bestand. Heb je echter problemen met de bestandsgrootte (in verband met een upload limiet), dan kun je die waarden laten zakken tot bijvoorbeeld 3 Mbps en 4 Mbps. De beeldkwaliteit zal hierdoor wel wat afnemen, maar ook je bestandsgrootte. Op die manier kun je misschien een lange video net online zetten op Vimeo, Youtube of Exposureroom. Bij Youtube zijn de beperkingen het minst. Houd echter bij lange video’s wel rekening met enkele uren wachten voordat de hoogste kwaliteit online staat.

Twee instellingen moeten we nu nog aanpassen: de Key Frame Distance. Houd deze gelijk aan je video: 25 (PAL) of 30 (NTSC). Helemaal onderaan heb je dan nog een paar vinkjes die je kunt inschakelen. Bij kwaliteit kies ik altijd om de Maximum Render Quality in te schakelen. ‘Use Previews kun je gebruiken om de reeds gerenderde delen te gebruiken voor het eindresultaat, hiermee behaal je een tijdwinst als een deel van het project al is gerendered. (denk terug aan de groene lijn). Frame blending laat ik in veel gevallen uitgeschakeld.

Helemaal onderaan, naast die instellingen kun je meteen een geschatte grootte zien van het bestand wat uit de encoder komt. Op die manier kun je redelijk goed inschatten of je niet over de limiet heen gaat voor je video bestand. Houd wel rekening dat het een ‘ingeschatte grootte’ van je video bestand is! Het kan dus heel goed gebeuren dat het uiteindelijke resultaat net iets groter wordt.

Het instellen van de waarden voor een Youtube video in PAL 25p formaat is nu klaar. Om ze de volgende keer opnieuw te kunnen gebruiken als een preset kun je bovenin achter Preset op het symbool van de diskette klikken. Je krijgt dan een nieuw venster op je scherm waar je de naam van de Preset kunt opgeven. Schakel de Filter en FTP settings in, type de naam in en klik daarna op OK. De preset is nu opgeslagen en kan voortaan in de lijst geselecteerd worden.

De video kan nu worden gerendered. Dat kan op twee manieren: direct, of via Media Encoder CS5. Om te kiezen moet je helemaal onderaan kiezen tussen ‘Queue‘ of ‘Export‘. Als je kiest voor de laatste, dan zal er meteen gestart worden met het renderen van het video bestand. Het verder werken in Adobe Premiere CS5,5 is hiermee ook tijdelijk uitgeschakeld. Je zult dus moeten wachten tot het renderen klaar is.

Als je kiest voor ‘Queue‘ zal Premiere CS5.5 de Media Encoder CS5 opstarten en de opdracht in een wachtlijst (queue) zetten. Het voordeel hiervan is dat je daarna meteen weer verder kunt gaan met nog een andere vorm van export in te stellen en uit te voeren, aanpassingen te maken in de montage of een ander project starten. Het oorspronkelijke project kun je echter pas sluiten als het renderen is afgerond.

Media Encoder kan op deze manier meerdere bestanden voor je renderen. Stel, je wilt je montage uitvoeren naar verschillende bestanden: voor een mobiele telefoon, een DVD, een BluRay en Online video. Deze taken kun je in Media Encoder klaar zetten. Je computer en de software doet de rest. Hier rechts kun je zien dat er inmiddels twee taken in de Media Encoder CS5 staan:

Links onderin het venster met de taken kun je nogmaals zien hoe je alles in de preset hebt ingesteld. Deze waarden zal Media Encoder nu gaan gebruiken om het materiaal te encoderen. Helemaal onderin zie je een status balk met daarin het aantal taken, de verstreken tijd en de geschatte resterende tijd. Let op: deze tijd is een indicatie gebaseerd op een aantal waarden die van invloed zijn.  Op het moment dat dit screenshot werd gemaakt werd de computer belast met meerdere taken (andere software) tegelijk. De rendertijd kun je meer dan halveren door te kiezen voor VBR, 1 Pass en de twee vinkjes ‘Render at maximum Bit Depth‘ en ‘Use Maximum Render Quality‘ uit te schakelen.

Mocht je de taak in Media Encoder toch nog willen aanpassen naar een andere instelling, dan is dat mogelijk door op het pijltje (naar beneden wijzend) onder voorinstelling te klikken. Dynamic Link zal nu worden opgestart en krijg je de gelegenheid om in het Export venster van Premiere CS5.5 de instellingen aan te passen. Het gerenderde Mpeg4 (H264) bestand kan nu naar ExposureRoom, Youtube of Vimeo worden verstuurd.