Video Techniek: DSLR Lenskeuze

Video Techniek: DSLR Lenskeuze

Het Canadese bedrijf Still Motion was het eerste bedrijf dat twee pre-production exemplaren van de EOS 7D in handen kreeg en daarmee een huwelijk volledig met DSLR camera’s heeft vastgelegd. Een mooie videoclip van dit werk kun je hier bekijken:

Sindsdien heeft het bedrijf zich gespecialiseerd in dit soort werk en zijn ze afgelopen jaar door Canon gevraagd om de Canon Cinema Caravan tour te verzorgen. Met een bus vol camera’s, lenzen en andere gear worden diverse grote steden bezocht om daar een tweedaagse workshop te brengen voor mensen die willen werken met EOS hardware en meer willen weten over DSLR lenskeuze.

De workshops zijn gemaakt voor ervaren professionals die hun ervaring met DSLR video willen opbouwen. Het tweedaagse programma bood een uitgebreid scala aan demonstraties op het gebied van hardware, software, filmtechniek, licht techniek, lens keuze, kleur correctie en camera bewegen. Hieronder vind je een deel van die workshop waarin de crew wat meer verteld over de lens keuze die je kunt maken.

Video Techniek: Compressie

Video Techniek: Compressie

Hoewel HDV en DV op hetzelfde tape formaat worden opgenomen met bijna dezelfde data rate (snelheid), verschillen beiden enorm in de video compressie methode. De DV codec gebruikt alleen een intra frame compressie. Elk beeldje (frame) wordt opgenomen als een plaatje, met een vast bit patroon en uniform op de tape geschreven. Bij HDV camera’s is het signaal voorzien van een MPEG-2 video compressie. In Video Techniek is dit een uitleg over compressie.

Compressie maakt gebruik van intra frame in inter frame technieken. Inter frame slaat een fractie van een aantal frames op als losse plaatjes. Deze noemen ze I-frames. Van de overgebleven frames worden alleen de ‘bewogen delen’ vastgelegd. HDV frames variëren dus in grootte en dat is afhankelijk van de frames die elkaar opvolgen.

Ik kan me heel goed voorstellen dat je het bovenstaande stukje tekst na enkele keren gelezen te hebben nog niet helemaal begrijpt. Daarom ga ik er nog iets dieper op in:

In HDV 1080i genereert de camera een constante stroom van frames (plaatjes) per seconde. Als de camera progressive filmt zullen dat 25 of 30 beelden (frames) per seconde zijn. Hier in Europa is dat 25 beelden per seconde. In de USA maken alle camera’s 30 beelden per seconde.

Als de camera opneemt met interlacing ingeschakelt, dan praten we niet meer van 25P of 30P (P van Progressive) maar van 50i of 60i. En nee, het aantal beeldjes per seconde is niet verdubbelt! De camera neemt nu per seconde 50 of 60 fields op. Een field bestaat uit de even of oneven beeldlijnen die elkaar weer opvolgen. Dus: in het eerste beeld legt de camera alle oneven lijnen vast (1, 3, 5, 7 enz) en daarna alle even lijnen (2, 4, 6, 8 enz). Fields zijn dus eigenlijk halve beelden, immers de camera schrijft om en om de even- en oneven lijnen vast op tape.

De beeldbuis televisies hebben een opbouw die volledig is gebaseerd op een interlaced signaal. De moderne LCD of plasma schermen zijn progressive. Dat betekend dat de televisie alle beelden volledig opbouwt van lijn 1 tot en met 720 of 1080. Eventueel kunnen aangeboden interlaced signalen door de ingebouwde elektronica ook prima omgezet worden in progressive beeld. Dat geld ook voor de oudere beeldbuis. Ook daar hebben veel fabrikanten elektronica ingebouwd die het signaal kan verwerken. Echter, de veel oudere beeldbuis televisies zijn veelal niet geschikt voor HD signalen. Daarvoor moet dan een extra stukje hardware worden gebruikt. Veel camera’s hebben ook nog steeds een PAL-DV uitgang.

DV en Mpeg2:

Een DV camera al zijn beelden (720×575 pixels groot) als volledig plaatjes op de tape en dat 25 of 30 keer per seconde, afhankelijk van een PAL of NTSC (USA) camera. Datzelfde gebeurt ook bij HDV (Mpeg2) camera’s en die maken veelal gebruik van dezelfde soort tapes. Er moet echter wel vijf keer zoveel informatie op dezelfde tape worden gezet, en dat is door technische beperkingen haast niet mogelijk. Men is dus tijdens de ontwikkeling van HDV recorders op zoek gegaan naar methoden om de hoeveelheid data enorm te beperken. Door een Mpeg2 compressie toe te passen, de pixels (beeldpuntjes) groter te maken en een kleuren compressie (color sampling) kan dit gerealiseerd worden.

Bij de pixels is het een eenvoudig verhaal. De pixels in een HDV sensor zijn rechthoekig van vorm. De verhouding tussen horizontaal en vertikaal is 1.333 tot 1. Elke pixel is dus 33% langer. Hierdoor wordt de hoeveelheid data in het beeld al 33% minder en zo wordt elk HDV signaal als een 1440 x 1080 op tape weg geschreven. Verminigvuldigen we later de 1440 met een factor 1.33, dan krijgen we weer netjes een beeld van 1920 breed.

Bij Mpeg2 compressie wordt een andere methode ingezet om de hoeveelheid informatie te verminderen. In elk PAL signaal worden elke 12 frames (of elke 15 frames bij een 30P frames per seconde signaal) een I-frame op de tape gezet. Een I-Frame is een volledig beeld wat de camera registeerd. De recorder legt dus 1/25 seconde van het beeld compleet vast.

HDV kan op sommige camera’s in 720P worden ingesteld. Dan neemt de camera op met een beeldresolutie van 1280×720 waarbij alle pixels vierkant zijn. Er wordt dus geen compressie bij de pixels gebruikt. 720P heeft immers veel minder ruimte nodig op een tape, het levert minder informatie op. In HDV 720P worden elke 6 frames (bij een signaal met 24P, 25P of 30P frames per seconde) of elke 12 (bij een signaal met 50P of 60P frames per seconde) frames als een I-frame op tape weg gescheven.

De overige frames worden als B en P frames op de tape weg geschreven. Hier volgt een vrij technische uitleg van I, B en P frames:

intra gecodeerde frames (I-frames)
voorspellend gecodeerde frames (Predictive coded, ofwel P-frames)
bidirectionele P-frames (B-frames)

Meestal wisselen I-, P- en B-frames zich af. Een mogelijke volgorde is: IBBPBBPBBPBB(I). De frames samen vormen een GOP (Group Of Pictures). Hoe de variatie moet optreden is niet specifiek vastgelegd: de standaard is hier nogal flexibel in.

I-frame

Een I-frame is een gecomprimeerde versie van een enkele onbewerkt frame. Het maakt gebruik van ruimtelijke redundantie en van het feit dat het menselijk oog bepaalde veranderingen in een beeld niet kan waarnemen. In tegenstelling tot P-frames en B-frames zijn de I-frames niet afhankelijk van de vorige of volgende frames. In het kort komt het erop neer dat het frame wordt verdeeld in blokken van 8 bij 8 pixels. De data in elk blok wordt getransformeerd middels een discrete cosinustransformatie. Dit levert een 8 bij 8 matrix van coëfficiënten. De transformatie zet ruimtelijke variaties om naar een variatie in frequentie, waarbij lage frequenties corresponderen met “grove lijnen” en de hoge frequenties corresponderen met details in de afbeelding. De informatie in het frame zelf wordt niet veranderd: door de inverse cosinustransformatie toe te passen kan de originele informatie uit het I-frame worden teruggewonnen. Gewoonlijk zijn de componenten van de hogere frequenties in dit signaal ongeveer 0. Dit resulteert in het verlies van kleine, subtiele niveauveranderingen in kleur en helderheid.
Vervolgens wordt de gekwantiseerde 8 bij 8 matrix gecomprimeerd. Meestal is één hoek van de matrix gevuld met allemaal nullen. Men start in de linker bovenhoek van de matrix. Vervolgens gaat men “zigzaggen” door de matrix en worden alle coëfficiënten uit de matrix gecombineerd tot een string. Nadat deze nog enkele bewerkingen heeft ondergaan, krijgt men een veel kleiner array met getallen. Dit array wordt uiteindelijk uitgezonden of op DVD gezet. In de ontvanger, of in de DVD speler, wordt het voorgaande proces omgekeerd toegepast. Dit resulteert in een goed benaderde reconstructie van het originele signaal.

P-frames

P-frames zorgen voor meer compressie dan I-frames. Ze gebruiken de data van het voorafgaande P- of I-frame. P- en I-frames worden zogenaamde referentieframes genoemd. Om een P-frame te genereren wordt het vorige referentieframe gereconstrueerd, net zoals in een DVD speler of een TV ontvanger. Het frame dat men wil opbouwen wordt verdeeld in 16 bij 16 pixels macroblocks. Vervolgens wordt het gereconstrueerde frame doorzocht om de best passende gecomprimeerde 16 bij 16 pixels macroblock te vinden. Beide frames (het voorafgaande en het actuele) worden dus per macroblock vergeleken. Hierbij wordt rekening gehouden met beweging: de wijziging in positie wordt meegegeven als vectoren die de richting en afstand aangeven waarin pixels zich bewegen. Omdat beide macroblocks niet perfect overeenkomen wordt voor beide blocks een string met coëfficiënten bepaald zoals hierboven beschreven. Vervolgens wordt het verschil van deze strings genomen om verder te verwerken.

B-frames

Het verwerken van een B-frame lijkt erg op dat van een P-frame, met het verschil dat een B-frame ook het volgende referentieframe gebruikt. Ze zorgen voor meer compressie dan P-frames, maar ze worden nooit gebruikt als referentieframe.

Bovenstaande tekst haalt enkele bewerkingen van de MPEG-2 laag aan. Er zijn echter nog veel meer details die hier niet zijn besproken, zoals chrominantie, luminantie, het labelen van de delen die de bitstroom vormen en dergelijke. (IBP bron: Wikipedia)

MPEG-2 video geeft HDV de mogelijkheid om een veel hogere compressie te bieden als TV, maar met een prijs: Als een camera rustig bewogen opnames maakt is er bijna geen sprake van fouten in het beeld; artefacten. Echter bij snelle bewegingen neemt het aantal artefacten in het beeld snel toe.

Toch is het belangrijk om deze beperkingen in de juiste context te plaatsen. Belichting, de kleuren, camera bewegingen etc. spelen allemaal een rol in het aanmaken van deze artefacten. In de televisieserie ‘JAG’ zijn veel scènes in HDV opgenomen zonder al teveel problemen. De opnames zijn gemaakt op diverse tijden van de dag, boven water en in donkere en lichte omstandigheden boven lichte en donkere achtergronden.

Als de DV codec hetzelfde beeld zou moeten vastleggen zou het vier keer zoveel opslag ruimte kosten. Encoders worden constant verbeterd. De Sony XDCAM HD lijkt heel veel op HDV. MPEG is de standaard voor de toekomst en met het verbeteren van de encoders zal het aantal artefacten alleen maar afnemen in de toekomst.

Dropouts binnen de compressed data stream hebben een veel groter effect als bij DV. Dit is helaas het resultaat van de inter frame compressie. Als bijvoorbeeld een I-frame binnen een drop-out valt zullen alle daaraan gekoppelde frames hierdoor ook beïnvloed worden. Frame editing is door MPEG-2 ook veel ingewikkelder geworden. Omdat een aantal frames aan elkaar gekoppeld zijn zullen in een editor ook al die frames aangepast moeten worden, wat natuurlijk door het decompressie/compressie proces weer ongunstig is. Hoewel de meeste software pakketten tegenwoordig prima om kunnen gaan met HDV. Dropouts op de tape kunnen echter voor grote problemen zorgen. Zodra een of meerdere frames (en dan in het bijzonder de I-frames) verloren gaan vallen complete stukken video weg uit de stream die niet meer te corrigeren zijn.

Op dit moment worden HDV camera’s door veel omroepen in binnen- en buitenland op steeds grotere schaal toegepast om HD content te produceren. Hun keuze gaat hier vooral uit naar de HDCAM welke een betere kwaliteit kleur compressie kent, maar ze accepteren ook HDV camera’s voor het produceren van SD breedbeeld content.

HDV is een hele vooruitgang. Zeker als je dit afspeelt op een HD scherm. Uiteraard kunnen deze schermen ook DV afspelen, maar door het aanpassen van dit signaal naar het HD scherm ziet het erg onscherp. Daarom zien de meeste gebruikers liever een veel scherper HDV signaal met hier en daar een artefact.

DSLR workflow in Premiere CS5.5

DSLR workflow in Premiere CS5.5

Adobe evangelist Jason Levine laat in deze video DSLR workflow in Premiere CS5.5 zien. Premiere CS5.5 kan zonder conversie van het ruwe materiaal zonder problemen het materiaal afspelen, monteren en corrigeren. Zelfs het exporteren naar online video’s voor Youtube en Vimeo gaat met dit pakket razendsnel. (De onderstaande video is Engelstalig).

Premiere CS5 is te koop voor Mac en PC in combinatie met Media Encoder en Encore CS5.5 (productie pakket voor DVD, BluRay en Flash Video disks) en als onderdeel in een van de Adobe video suites: Production Premium en Master Collection CS5.5

Sensor afmetingen

Sensor afmetingen

De beeldsensor is een van de belangrijkste onderdelen in een camera voor het genereren van een beeld. Ze komen in heel veel verschillende maten in de camera’s op de markt. De huidige trend is om de sensor groter te maken om zo een meer filmisch beeld te produceren. In dit artikel vind je een overzicht van (bijna) alle tot nu toe beschikbare maten.

In het plaatje hieronder zie je een mooi overzicht van de verschillende sensor afmetingen in de camera’s. Een van de grootste sensoren treffen we aan in de toestellen voor medium format fotografie. Vlak daaronder wordt een van de grootste sensoren gebruikt in de Canon EOS 5DmkII, deze camera heeft een 35mm ”full frame” sensor met afmetingen van 36×25 millimeter:

Als we de door de Canon EOS serie lopen komen we in het bovenstaande plaatje de EOS 550D en de EOS 7D tegen, deze camera’s hebben beiden een APS-C sensor die 22.2 x 14,8 mm groot is. Als we dat vergelijken met de afmetingen van de 35 mm full frame sensor dan is deze laatste een factor 1.6 keer groter. Dat heeft weer tot gevolg dat de beelden bij het gebruik van dezelfde EF lens en afstand tegenover de sensor zo’n 1.6 keer groter worden. Een 100 millimeter lens wordt  hierdoor als het ware een 160 millimeter lens. Bij een camera met een APS-C sensor moet je dus altijd rekening houden met een ‘cropping factor’ van 1.6.

Hoe werkt dit dan: Een 100mm lens blijft natuurlijk gewoon een 100mm lens, daar veranderd niets aan. Ook de afstand tussen de achterkant van de lens en de sensor veranderd niet. De beeldchip in de camera kan wel in afmetingen variëren. Als we dan kijken naar het geprojecteerde beeld wat uit de cameralens komt, dan zal het beeld op een full frame sensor het oppervlak volledig bedekken. Halen we nu die sensor weg en plaatsen we een met kleinere afmetingen, dan is het geprojecteerde beeld niet veranderd, maar wel veel groter tegenover de sensor. Hierdoor lijkt het beeld groter terwijl er gebruik gemaakt wordt van dezelfde lens. Door het bereik van de lens te vermenigvuldigen met bijvoorbeeld 1.6 voor de APS-C sensor krijgen we het bereik van de lens in combinatie met de gebruikte sensor.

De APS-H is ingebouwd in de EOS 1DmkIV camera. Deze sensor is weer net iets groter als de APS-C. Hierdoor is de cropping factor gereduceerd tot 1.3. Als op deze camera dezelfde 100 millimeter lens wordt gebruikt zal deze overeen komen met een 130 millimeter op een full frame sensor.

De grote verschillen tussen de sensoren veroorzaken verschillen in beeld, kwaliteit, lichtgevoeligheid en ruis in het beeld. De kleinere sensoren hebben hun pixels op een enorm klein oppervlak zitten. Hierdoor wordt de kans op ruis in het beeld groter. Bij de grotere sensoren is de lichtgevoeligheid beter en hierdoor neemt de kwaliteit van het beeld toe. We zien nu al dat steeds meer  videocamera’s met grotere sensoren op de markt komen. Vooral door de komst van de DSLR camera’s met video functie is de vraag naar camera’s met grote sensoren alleen maar toegenomen.

Ook de elektronica achter de beeldsensor produceert heeft grote invloed op het beeld. Bij de nieuwe Canon C300 heeft de beeldchip vier kleuren per pixel; twee groen, een rode en blauwe. De twee groene pixels registreren elk een deel van het bereik en de ingebouwde processoren van de camera weten dit razendsnel om te zetten naar een beeld met enorm weinig ruis. De C300 heeft hierdoor een bereik van maar liefst 12 stops licht bij een ISO waarde van maximaal 20.000. De ingebouwde chip heeft een cropping factor van 1.6.

Veel professionele camera’s kunnen meer waarnemen dan het menselijk oog in donkere omstandigheden. Ook de resolutie; Full HD  (1920 x 1080) zal in de komende jaren toenemen naar 4K of zelfs 8K video. Hiermee zullen we op zeer korte termijn het bovenstaande overzicht voor een deel moeten herzien.